Modules

Opbouw KP V&O

De omvang van de KP V&O opleiding is in totaal:

  • Cursorisch programma:

    • Contacturen - 633 uur

    • Literatuur en praktijkopdrachten - 760 uur

Deze zijn als volgt over de verschillende modules verdeeld.

Psychodiagnostiek en indicatiestelling

Voor het nemen van beslissingen over patiënten met complexe psychische stoornissen zijn klinisch leiderschap en deskundigheid in oordelen en beslissen van belang. Om deze reden is er in de modules van dit onderdeel naast aandacht voor de samenwerking met en de profilering ten opzichte van collega’s ook veel aandacht voor het diagnostisch redeneerproces. Inhoudelijk wordt voorzien in up-to-date theoretische kennis op het gebied van de psychodiagnostiek van cognitie, emotie en gedrag. Daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op de brede context waarin diagnostische vraagstukken gesitueerd zijn. Voorts komen verschillende diagnostische methoden aan de orde: observatie en beoordeling, gesprekstechnieken, prestatietaken, en zelfrapportagemethoden. Om te laten zien dat zij de opgedane kennis en methodieken op een geïntegreerd niveau beheersen, wordt van opleidelingen tenslotte gevraagd om een case formulation op te stellen ten behoeve van een gezamenlijke indicatiestelling.

Er zijn 4 modules:

1. Integratieve diagnostiek van complexe vraagstukken (129 uur) 
2. Expertrapportage (18 uur)
3. Indicatiestelling (30 uur)
4. Psychodiagnostiek casusgestuurd (30 uur)

Behandeling inclusief psychotherapie

Hoe complexer de problematiek, des te groter de noodzaak om te investeren in de therapeutische relatie en om de persoon in zijn of haar context te zien. Het onderwijs in de psychotherapie streeft er dan ook naar om opleidelingen te leren hoe zij een excellente therapeutische relatie met een patiënt kunnen opbouwen, zodat de relatie als basis kan dienen voor het toepassen van diverse interventies bij de meest complexe problematiek. In het cursorisch onderwijs wordt de basis hiervoor gelegd met de module ‘wetenschappelijke grondslagen van de individuele psychotherapie’. Hierin komen de psychoanalyse, de gedragstherapie en de cliëntgerichte psychotherapie aan de orde in relatie tot werkzame factoren die evident zijn en gemeenschappelijk voor deze drie therapievormen. Bij de module groepsdynamica is er bewust voor gekozen om deze vroeg in de opleiding aan te bieden om daarmee groepsvorming en bereidheid tot samenwerken binnen de groep te bevorderen. Verder is er een module over systemische en contextuele factoren in de behandeling omdat elke patiënt functioneert binnen zijn of haar systeem en context. De keuzemodules over verschillende vormen van behandeling zijn verdiepend en gericht op één bepaalde methodiek. Zij borduren voort op de in de GZ-opleiding of in deze KPopleiding opgedane basiskennis.

De opzet is dan ook als volgt:

1. Groepsdynamica (30 uur) 
2. Systeem en context (30 uur) 
3. Wetenschappelijke grondslagen van individuele psychotherapie (60 uur) 
4. Samenhangend behandelen (24 uur) 
5. Keuzemodules. Kies minimaal drie modules:
      • Schemagerichte psychotherapie-basis - Drs. Lieske Sonneveldt
      • Schemagerichte psychotherapie-verdieping - Drs. Lieske Sonneveldt 
      • Dialectische gedragstherapie - Dr. Wies van den Bosch
      • Kortdurende Psychodynamische Psychotherapie - Prof. dr Jan Derksen
      • Emotionally Focused Therapy - Drs. Susan Jorna
      • CGT verdieping bij complexe psychopathologie - Dr. Tonnie Staring
      • Dynamische Interactionele Therapie - Drs. Gerrit Delfstra
      • Affect Fobie Therapie - Dr. Quin van Dam
      • Mentalization Based Treatment-deel I en II - Expertisecentrum MBT NL

Wetenschappelijk onderzoek

Het onderdeel Wetenschappelijk onderzoek levert een bijdrage aan de academisch-wetenschappelijke vorming van de aanstaand klinisch psycholoog. Een klinisch psycholoog dient een scientist practitioner te zijn: hij of zij moet het eigen handelen voortdurend kritisch bevragen en transparant maken, in staat zijn wetenschappelijke inzichten te koppelen aan vragen uit de zorgpraktijk, en zo nodig wetenschappelijk onderzoek kunnen opzetten en uitvoeren ter oplossing van zorggerelateerde knelpunten. Dit onderdeel is vooral gericht op dit laatste element; het brengt de opleideling de vaardigheden bij die nodig zijn om zelfstandig wetenschappelijk praktijkgebonden onderzoek te kunnen uitvoeren De module is leidend voor het proces met bijbehorende werkzaamheden in de praktijk. Het cursorische deel, Praktijkresearch, wordt niet in één blok gegeven, waarna het afgesloten kan worden, maar is verspreid over de vier jaren van het opleidingstraject. Het onderwijs volgt de stappen van wetenschappelijk onderzoek: probleem- en vraagstelling, zoeken van literatuur, design, dataverzameling en analyse, interpretatie en conclusies. Dit met het idee dat het einddoel, het schrijven van een wetenschappelijke publicatie, ook pas aan het eind van de module zal plaatsvinden en dat de module hierbij ondersteuning kan bieden. Om dit proces goed te kunnen begeleiden is een aantal ijkpunten bepaald waarop steeds een wezenlijk element van het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek beoordeeld en afgesloten wordt. Daarmee wordt voorkomen dat eventuele knelpunten in het onderzoek pas zo laat aan het licht komen dat tijdig bijsturen niet meer mogelijk is.

Dit onderdeel is opgebouwd uit vier deelmodules met een totale looptijd van vier jaar.

1. fase 1: formuleren van een onderzoeksvoorstel: tot juni (jaar 1) 
2. fase 2: implementatie en uitvoering van het onderzoek: tot april (jaar 2)
3. fase 3: dataverzameling en –analyse: tot december (jaar 2 en 3)
4. fase 4: schrijven van een artikel: tot september (jaar 4) plus
5. eindfase: aanbieden van een onderzoeksartikel aan een vak- of wetenschappelijk tijdschrift (tot uiterlijk december jaar 4)

Management en overige taken

Het onderdeel Management en overige taken gaan uit van het volgende motto: “Als klinisch psycholoog ben je als leidinggevende en expert koersbepalend.” De modules zijn bedoeld om de opleidelingen de kennis, de vaardigheden en het persoonlijk leerproces te bieden om dit motto waar te kunnen maken. Dit onderdeel is ontworpen vanuit het idee dat veel klinisch psychologen na hun opleiding een leidinggevende of koersbepalende functie zullen krijgen. De modules zijn bedoeld om hen een eind op weg te helpen en om hen een bredere kijk op de geestelijke gezondheidszorg en op organisatiesensitiviteit bij te brengen. In alle modules is veel aandacht voor de positionering van de klinisch psycholoog. In de praktijk zien we veelal jonge psychiaters erg worstelen met hun nieuwe rol als leidinggevende omdat zij hierop in de opleiding niet zijn voorbereid. Klinisch psychologen doen het veelal beter doordat management een onderdeel van hun opleiding is. Dit onderdeel bestaat uit de volgende modules:

1. Werken in teams: In deze module leertde opleideling alles over processen in teams en hoe deze beïnvloed kunnen worden. Besproken worden onder meer kenmerken van teams, conflicten in teams, rollen in teams, oppervlakte- en dieptestructuur, overlegvormen, teamcultuur en milieutherapie. 
2. Managementopdracht: In deze module doet de opleideling kennis op over project- en verandermanagement binnen een organisatie en hoe je hierin als leidinggevende kunt sturen. Een belangrijk doel is het creëren van organisatiesensitiveit bij de opleidelingen, waardoor zij in staat zijn om ontwikkelingen binnen de eigen organisatie te begrijpen en te beïnvloeden. Opleidelingen kunnen hierdoor op professioneel niveau meedenken met leidinggevenden binnen hun organisatie en ook zelf leidinggevende worden.
3. Leiderschap: De opleidelingen staan nu bijna aan de start van hun carrière als klinisch psycholoog. Velen van hen zullen in de een of andere vorm voorop gaan lopen of leiding gaan geven. Om leiding te geven heb je kennis van leidinggeven en leidinggevende vaardigheden nodig. Maar belangrijker nog is het persoonlijk leerproces dat ervoor nodig is om een goed leidinggevende te worden. In dit blok wordt voortdurend gestreefd naar het vermeerderen van kennis, het vergroten van vaardigheden en het faciliteren van het bijbehorende persoonlijk leerproces. Elke opleideling kiest zelf voor de manier waarop hij of zij voorop gaat lopen of leiding gaat geven en bepaalt daarom ook welk persoonlijk leerproces voor dit blok van belang is.
4. Wetgeving en ethiek: aandacht wordt besteed aan de beroepscode en de gezondheidswetgeving en meer specifiek aan de vraag wat de bepalingen in die documenten betekenen voor ons ethisch handelen. Aan de hand van dilemma’s uit onze beroepspraktijk gaan we tegen de achtergrond van de beroepscode en de gezondheidswetgeving aan de slag met “ethisch onderzoek en dialoog”