“Als academisch onderwijs geen eind heeft, hoe kun je dan ooit postacademisch onderwijs geven?”

Door: JAN BRANSEN

Beeld: DUNCAN DE FEY

Jan BransenVoor een jaar zal ik als ‘filosoof in residence’ werken binnen het Radboud Centrum Sociale Wetenschappen – je weet wel, die kleine proeftuin aan de rand van de campus waar langzaam een totaal nieuw idee van de universiteit als onderwijsinstituut tot bloei komt. Kerntaak van dit centrum is het verzorgen van postacademisch onderwijs, met name in de hoek van de zorg. Specialisaties zoals gezondheidszorgpsycholoog of schoolpsycholoog. Dat soort werk. Onderwijs waar je pas naar toe mag – en pas iets aan hebt – als je al een academische opleiding hebt afgerond. Zeg maar de psychologische variant van de specialisaties die voor medici gewoon bij hun reguliere opleiding horen.

Mijn eerste zorg hier is dat woordje “post“ te begrijpen. Dat woordje rijmt niet met mijn kijk op academisch onderwijs. Dat is volgens mij namelijk onderwijs dat principieel geen eind kan hebben, onderwijs dat zich uit de aard der zaak aan de grenzen van ons weten bevindt en daardoor vooral bestaat uit een zoektocht naar wat we nog niet weten. Maar omdat we het nog niet weten – niemand niet, ook de onderwijzende wetenschappers niet – kan academisch onderwijs niet gedefinieerd worden aan de hand van eindtermen. Want die zijn niet te formuleren, althans niet op een manier die toetsbaar is. Want toetsbaar is alleen dát wat we volstrekt kennen en begrijpen. Een zaak is alleen toetsbaar als er iemand is die het perspectief kan innemen van waaruit die zaak volstrekt gekend en begrepen wordt. Maar in de wetenschap heeft niemand zo’n perspectief. Zulke zaken zijn er in de wetenschap ook helemaal niet.

Als academisch onderwijs echter geen eind kan hebben, hoe kun je dan ooit postacademisch onderwijs geven? Wat voor onderwijs heb je in godsnaam nog nodig als je klaar bent en alles weet? Is postacademisch onderwijs eigenlijk niet stiekem gewoon academisch onderwijs, onderwijs gedreven vanuit het besef dat we iets nog niet weten, en niet eens weten wát niet?

Ja, dat denk ik.

Maar dat betekent dat de mensen die instromen in feite te vroeg gestopt zijn met hun aanvankelijke onderwijs. En het betekent ook dat dat aanvankelijke onderwijs in feite niet eens academisch onderwijs was. Want als het dat wel was, dan waren die mensen daar nooit mee gestopt. Want dat kan helemaal niet.

Natuurlijk, opleidingen zijn eindig. Net als het leven. Als je de benodigde kennis en vaardigheden beheerst, hoef je niet verder te leren, maar kun je aan de slag. Dat geldt overigens niet voor het leven. Daar begin je aan zonder opleiding. Er is ook geen opleiding voor het leven. Leven is niet het soort activiteit dat in een opleiding te leren is. Je leert het al doende. Dat geldt volgens mij ook voor academisch werk. Dat leer je al doende. Daar ís geen opleiding voor, omdat we geen voldoende helder idee hebben van de benodigde kennis en vaardigheden. Principieel niet.

Vandaar dat postacademisch onderwijs in feite gewoon academisch onderwijs is. Zonder eind.

Maar wel met een begin: het besef dat we iets nog niet weten.

Dat besef komt meestal pas na het volgen van een opleiding. Want na de opleiding besef je pas dat je geen diploma hebt gekregen, maar een startkwalificatie. Je diploma markeert slechts het begin, het begin van postacademisch onderwijs.