Huisfilosoof Jan Bransen Column #2 | 'In het wild'

Door: JAN BRANSEN
Beeld: DUNCAN DE FEY

Jan BransenIk herinner me de eerste keer nog goed, dat ik echt, ‘in het wild’, Frans sprak. Het was in Parijs, op schoolreis. 6VWO. De eerste keer in Frankrijk op je zeventiende. Dat kon toen nog.
Excusez moi, y a-t-il un magasin en environs?
 
Het effect was verbijsterend, maar ook beangstigend. Die man verstond mij echt. En hij dacht nu blijkbaar dat ik Frans sprak, want in rap tempo reageerde hij op mijn vraag, waarna ik niets meer wist terug te zeggen. Want die eerste zin had ik ingestudeerd, maar op het vervolg was ik niet voorbereid.
 
Ik moet aan dit voorval denken als ik aan het huidige academische onderwijs denk. Jaren droogzwemmen tussen de complexe theoretische grammatica van een steeds ingewikkelder jargon. Maar ervaring…? Ho maar. Als psycholoog word je grondig vertrouwd gemaakt met woorden als ‘cognitive mediator’, ‘implicit attitude’, ‘intergroup anxiety’, ‘approach behavior’ en statistische termen als ‘standaarddeviatie’, ‘modererende variabele’, ‘variantieanalyse’, enzovoort. De woordenlijst is eindeloos en je leert ze ook nog eens correct gebruiken bij het lezen van de wetenschappelijke literatuur, bij het beantwoorden van meerkeuzevragen en als je geluk (of pech!) hebt ook nog zelf in de een of andere schrijfopdracht bij Academische vaardigheden.
 
En dan?
 
Dan mag je op stage. Wat je daar merkt is beangstigend. En verbijsterend. Want je kunt bijna nergens met je jargon terecht. Ze verstaan je gewoon niet. Want je komt niet tussen psychologen terecht, maar tussen gewone mensen; professionals, dat wel, maar ieder met hun eigen achtergrond en een andere opleiding achter de rug. Ze hebben allemaal hun eigen taal, hun eigen jargon. Het lijkt soms wel alsof ze hun vocabulaire als hun tandenborstel beschouwen, om een observatie van Gigerenzer te lenen. Ze gebruiken het liefst alleen die van henzelf.
 
Net als ik in Parijs sta jij na de eerste ingestudeerde zin als aan de grond genageld. Wat nu? Waarschijnlijk heb je, net als ik toen, nog wel een paar klasgenoten om je heen met wie je gelukkig in je eigen taal kunt blijven communiceren. Maar anders dan ik, ga je niet na een paar dagen met de trein terug naar je eigen vertrouwde wereldje. Dat is uiteindelijk juist je redding, volgens mij, want als ik onverhoopt in Parijs had moeten blijven, had ik natuurlijk na een paar hopeloos eenzame weken het Frans ook wel opgepikt en stond ik nu wellicht ergens in de banlieu op een école supérieure als professeur de philosophie voor de klas. Het kan verkeren.
 
Maar jij begint na een half jaar stage aan de praktijk te wennen en misschien word je er wel verliefd op. Die liefde wakkert vermoedelijk aan als je je scriptie schrijft, want voor de meeste masterstudenten is dat een laatste stuiptrekking in de abstracte wereld van t-toetsen, methodesecties en bronvermeldingen. En dan maar hopen dat je daarna, met je diploma, niet al te laag op de ladder in een werkervaringsplaats met een wurgcontract terecht komt.
 
Dat moet toch anders kunnen! Als ik in een jaar Parijs het Frans machtig kan worden, waarom zou een psycholoog dan niet onmiddellijk na de middelbare school de praktijk in kunnen gaan, zoals vroeger de leerlingverpleegkundige? Natuurlijk, je wordt in een jaar geen psycholoog, maar neem er acht jaar voor, in een duaal traject. Loop mee met een senior en krijg al die jaren een serieuze, flankerende, post-initiële opleiding. Zou dat niet een gouden toekomst kunnen zijn voor het RadboudCSW? En voor de psychologie?
 
Ik kan mij dat zomaar voorstellen, als vrijzwevende huisfilosoof. Maar wat denken de hoofdopleiders van het RadboudCSW daarvan? Ben ik gek geworden?
 

Gratis lezing Jan Bransen

Speciaal voor onze alumni houdt Jan Bransen, huisfilosoof van het RadboudCSW, op 1 februari 2018 van 16.00-17.30 een lezing over Gezond Verstand in onderwijs en zorg naar aanleiding van zijn boek 'Laat je niets wijsmaken'. Wil je hier graag bij zijn? Meld je dan hier aan.