Nieuw boek van Jan Bransen middelpunt van onderwijsfeestje

De Honigfabriek vormt op woensdagavond 13 februari het decor voor de boekpresentatie van ‘Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs’ van prof. dr. Jan Bransen, hoogleraar ­filosofie aan de Radboud Universiteit. Een passend decor, omdat het Honigcomplex bij uitstek een creatieve proeftuin en pionierplek van leren, werken en leven is. Als het aan Bransen ligt, slaat het Nederlandse onderwijs ook welbewust die weg in. Een verslag van een avond vol spraakmakende ideeën en levendige discussies.

Door: Hans Wanningen

(1719 woorden / geschatte leestijd: 8-14 min)
 

De boekpresentatie was aangekondigd als een onderwijsfeestje, en wat is een feestje zonder gasten? Genodigd zijn ervaringsdeskundigen uit alle geledingen van het onderwijs. Naast vertegenwoordigers van de postacademische RadboudCSW-beroepsopleidingen zijn ook studenten en docenten van po, vo, mbo, hbo en universiteit nieuwsgierig op de uitnodiging ingegaan. Dagvoorzitter Piet-Hein Peeters daagt ze uit de gelegenheid aan te grijpen om hun eigen ideeën scherp te slijpen in dialoog met de spreker en de overige 70 aanwezigen.

Onderwijsfeestje

Het huidig onderwijs is failliet

Eerst is het woord echter aan Bransen. Om direct de knuppel in het hoenderhok te gooien poneert Bransen de boude stelling dat: ‘het onderwijs in zijn huidige vorm failliet is. Want het vormt niet, het vervormt.’ Sommigen in de zaal fronsen hun wenkbrauwen, anderen schuifelen wat ongemakkelijk op hun stoel. Maar signalen van bijval zijn er ook volop. Bransen houdt voet bij stuk: ‘Wat wil je, het onderwijs is gebaseerd op incoherente ideeën.’ Wat volgt is een gepassioneerd betoog over hoe het roer om kan, nee, om móet.
 

'We moeten af van de onzinnige aanname dat we eerst langdurig en aaneengesloten moeten leren alvorens we kunnen gaan leven en werken.’

 

Het leven ís allang begonnen

Om te beginnen moeten we volgens Bransen af van de onzinnige aanname dat we eerst langdurig en aaneengesloten moeten leren alvorens we kunnen gaan leven en werken. Daarnaast is het een dwaling te denken dat de leraar domweg kennis overdraagt op leerlingen die nog geheel een onbeschreven blad zijn. Goed onderwijs is allesbehalve eenrichtingsverkeer, de leraar kan veel opsteken van zijn leerlingen. 

Het onderwijsstelsel dient dit te faciliteren in plaats van te frustreren. Laat leraar en leerling samen optrekken en betrek de praktijk erbij. Beide zijn pionier, de één met meer ervaring, de ander met eigen ervaringen, zo de hoogleraar. Hun interactie behoort een vorm van ‘samenleren’ te zijn, een wederzijdse uitwisseling die iedereen enthousiasmeert om zich door te ontwikkelen.

 

 

Beter basisonderwijs

Voor het primaire onderwijs ziet Bransen als taak weggelegd om kinderen in een veilige en stimulerende setting hun eigen rol te laten ontdekken. Begeleid ze om hun stem te vinden, met bijbehorend zelfvertrouwen. Met name lezend, schrijvend en rekenend kunnen zij zich dan manifesteren als volwaardig lid van onze (taal)gemeenschap.
 

Diploma’s zeggen niet alles

Bij Bransens visie hoort ook dat we afscheid nemen van de fixatie op diploma’s, die op het voortgezet onderwijs al begint. Een diploma op zak hebben betekent nog niet dat iemand de opgedane inzichten en vaardigheden ook feitelijk kan toepassen. Beter kan de aandacht uitgaan naar zinnige, praktijk-gerelateerde leerdoelen en een dito leerproces. In het voortgezet onderwijs dienen leerlingen te leren om steeds beter hun eigen rol te spelen, in relatie tot wat hen werkelijk drijft én in relatie tot anderen en hun omgeving.
Dat alleen al is genoeg reden om de onderwijsweek duaal in te richten, met twee dagen buitenschools leerwerken.
 

Gezamenlijke ontdekkingsreis 

zaal Honigfabriek Nijmegen

Van de docent vergt dit alles dat deze zich als een mentor-coach opstelt. Ook dat is een kwestie van roleigenaarschap. Zo kan hij open, betrokken en enthousiast mensen die hem zijn toevertrouwd begeleiden op hun leer- en levensweg.
Op die weg mogen overigens gerust fouten gemaakt worden en staat vragen vrij. Hoe anders wil je snappen hoe het wél werkt? Van fouten en vragen leer je vaak het meest, juist ook op de gezamenlijke ontdekkingsreis die het onderwijs à la Bransen is.

 

‘Na zeg veertien jaar heb je in het onderwijs voldoende bagage meegekregen.’ Dan wordt het zaak om mee te draaien in het volle (beroeps)leven.’

 

Doorlopend duaal

Bransen wil nog een belangrijke boodschap kwijt: ‘Na zeg veertien jaar heb je in het onderwijs voldoende bagage meegekregen.’ Dan wordt het zaak om mee te draaien in het volle (beroeps)leven. De mantra van eeuwig doorstuderen zint hem totaal niet. Hoe vaak blijkt niet de praktijk de beste leerschool die er is!

Wat de hoogleraar betreft, kom je, wie weet pas tien jaar later, terug in een (online) schoolomgeving. ‘Dat doe je dan alleen omdat er een authentieke, prangende leervraag in je is opgekomen. Met zo’n leervraag zul je zeer gemotiveerd aan de slag willen gaan. Natuurlijk, die vraag komt immers voort uit wat jou drijft en is gedienstig aan waar jij naartoe wilt.’

Bransen is daarom voorstander van een vouchersysteem. ‘Met behulp van vouchers mag je in het post-initieel onderwijs in totaal nog een jaar of zeven modulair onderwijs volgen.’ Naar eigen inzicht en behoefte kunnen studenten die vouchers verzilveren op elk gewenst moment in hun loopbaan en levensloop. Een leven lang leren zoals het bedoeld is. Leren en werken vloeien zo samen tot een doorlopend duaal traject.

 

Homo educandus

Slaagt deze heuse onderwijsrevolutie van Bransen, dan hoeven we niet langer te somberen over passieve kennisconsumenten, uitgebluste docenten of een failliet onderwijssysteem. Vervorming wordt weer vorming. Lerenden krijgen meer regie over hun eigen leerproces en kunnen zichzelf ontwikkelen tot creatieve, nieuwsgierige mensen. Bransen: ‘De homo educandus noem ik dat: de mens als een zichzelf onderwijzend wezen.’

 

Deelnemers aan zet

Met Bransens visie als inspiratiebron worden de toehoorders via de Open Space-methode daarna zelf aan het werk gezet: zes vrijwilligers onder hen wordt gevraagd een onderwijspraktijkprobleem waar zij tegenaan lopen kernachtig te verwoorden op een flip-over. De rest van de aanwezigen krijgt het verzoek zich aan te sluiten bij het thema van de zes dat hen het meest aanspreekt. Dat levert in de groepen al gauw energiek gevoerde discussies op.Helen Bakker in gesprek over onderwijs

De plenaire terugblik brengt een rijke oogst aan inzichten over hoe het beter kan in de onderwijspraktijk. Daar zitten zelfs nog radicalere voorstellen bij dan die van Bransen, bijvoorbeeld om één grote onderwijslijn van twee tot achttien jaar in te voeren. Anderen temperen het revolutionair elan wat door te stellen dat we van theorie geen ondergeschoven kindje moeten maken. En nog wat: voor-elk-wat-wils-onderwijs is niet wenselijk. Maatwerk? Ja, maar met mate. Je wilt immers dat de specialist actuele en complete kennis van zaken heeft als zij aan het ziekbed van je moeder staat.

 

Instemming en tegenspraak

De reacties tijdens Bransens inleiding en in de groepsgesprekken maken zonneklaar dat een ruime meerderheid vindt dat hechtere vervlechting van onderwijs en praktijk een noodzaak is. Wat ook blijkt: over de manier waarop heeft ieder zo zijn eigen opvattingen.

Middelbare scholier Anne Kock is niet direct overtuigd van de urgentie. Zo erg is het onderwijs toch niet eraan toe, meent zij. Bij alle dadendrang van Bransen bekruipt haar haast het gevoel dat hij haar de praktijk wil injagen. Met een kleine knipoog: ‘U wilt me hopelijk mijn studententijd niet ontnemen? Dat is toch de mooiste tijd van mijn leven, begrijp ik altijd?’ Ze heeft de lachers op haar hand, niet voor het eerst vanavond.

‘Geef studenten veel ruimte om op eigen, vrije manier te leren, in interactie met elkaar en hun werk- en leefomgeving.’

Radboud-docent Persoonlijke Vaardigheden Frank Leone, ook werkzaam als AI-onderzoeker bij het Donders Institute, herkent zich wel in Bransens pleidooi voor duaal leren. Hij heeft nog een suggestie: ‘Geef studenten veel ruimte om op eigen, vrije manier te leren, in interactie met elkaar en hun werk- en leefomgeving.’ Emma Stoks en Ron Scholte

Hoogleraar Ron Scholte, Hoofdopleider Orthopedagoog Generalist Zuid- en Oost-Nederland, onderschrijft Bransens kritiek op de geregeld eenzijdige focus op kennisoverdracht: ‘We maken te weinig gebruik van de kennis, kunde en passie van onze studenten.’ De gedachte van wederzijds leren in de context van duale trajecten spreekt Scholte sterk aan.

Herhaaldelijk wordt uit de zaal ingebracht dat schoolvormen als vmbo en mbo bij het integreren van leren en werken al mijlenver vooruitlopen. ‘Het duale leren is daar echt al heel erg in zwang’, zo vertolkt Harry Grimmius, bestuursvoorzitter van de Scholengemeenschap Over- en Midden-Betuwe een breed gedeeld sentiment. Elders is nog een grote slag te maken, aldus Grimmius: ‘Zorg nou dat je ook op bijvoorbeeld de havo een duidelijke beroepsgeoriënteerde component toevoegt.’

RU-bestuursvoorzitter Han van Krieken is beduidend minder sceptisch over de staat van het onderwijs dan Bransen en vele anderen in de zaal. Maar de wens om leren, leven en werken meer te verenigen steunt hij van harte. Hij nodigt de onderwijsmensen van de RU uit om niet af te wachten, maar uit eigen beweging te beginnen met initiatieven op dit vlak: ‘Vaak is er meer mogelijk dan collega’s denken. Zoek die ruimte op, want die is er.’
 

Hart voor de zaak

De diversiteit aan meningen staat niet in de weg dat er die woensdagavond in de Honigfabriek wel degelijk een onderwijsfeestje wordt gevierd. Zelfs bij de afsluitende borrel gaan de geanimeerde gesprekken aan menig statafel nog onverminderd door. Hier zijn mensen bijeen die hart voor de zaak hebben en lastige vragen niet uit de weg gaan, zoveel is duidelijk. Wie weet komt het met die drastische onderwijsvernieuwing toch nog goed.

____________________________________________________________________________________________________
 

Prof. dr. Jan Bransen (1958) is hoogleraar filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en dacht als RadboudCSW-huisfilosoof een jaar lang mee over de toekomst van het postacademisch onderwijs.Boekcover Gevormd of vervormd?

In zijn laatste boek Gevormd of vervormd? – Een pleidooi voor ander onderwijs (2019) betoogt hij dat onderwijs niet vormt, maar vervormt. Dat komt doordat het uitgaat van verkeerde aannames. Bransen: “Dat komt omdat het uitgaat van de verkeerde aannames. Zo lijken we onbewust nog steeds te denken dat we twee fases in ons leven hebben: een fase van leren en een fase van leven. Maar leren en leven doe je tegelijkertijd, je hele leven lang.” In zijn boek stelt hij voor het onderwijs voortaan te organiseren in duale trajecten, waarin leren en werken samengaan.     

Gevormd of Vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs is op 1 februari 2019 verschenen bij ISVW Uitgevers.