“Er begint iets te kantelen, als we het hebben over de kerntaken van de universiteit.”- Een gesprek met Han van Krieken, rector magnificus van de Radboud Universiteit

Gisteren bracht Minister Ingrid Van Engelshoven, die in Nijmegen beleids- en bestuurswetenschappen studeerde en in haar studententijd voorzitter van de afdeling Nijmegen van D66 was, een bezoek aan de Radboud Universiteit. Een spannende ontmoeting, vindt prof. dr. Jan Bransen, huisfilosoof bij het RadboudCSW. Want volgens hem is het huidige onderwijssysteem echt failliet. Zo kopte ook het persbericht over zijn recent verschenen boek  Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs. Dat persbericht was opgesteld door de Dienst Marketing & Communicatie van zijn eigen universiteit. Bransen voelde zich vereerd en vond het ook behoorlijk stoer van de Radboud Universiteit om zich met zo’n stevige uitspraak te durven profileren. Precies in die week sprak hij uitgebreid met rector magnificus Han van Krieken over zijn visie op het wetenschappelijk onderwijs.

Door: Jan Bransen

2912 woorden / geschatte leestijd: 15-18 min)

Rector Magnificus Han van Krieken (foto: Joeri Borst)

Met Han van Krieken, de rector magnificus van de Radboud Universiteit, spreek ik af dat hij op persoonlijke titel in dit stuk geciteerd zal worden. Dat kan een serieus verschil maken, want bij een discussie met zeventig genodigden uit de onderwijswereld over mijn recent verschenen boek, gaf Van Krieken het huidige onderwijs een 'goed' als de dagvoorzitter handen wil zien bij de vraag naar de kwaliteit van het onderwijs. De keuzes zijn ‘onvoldoende’, ‘matig’, ‘voldoende’ en ‘goed’. Van Krieken is de enige aanwezige die een ‘goed’ geeft. Een duidelijke meerderheid geeft een ‘matig’. Ik ben één van de drie die een “onvoldoende” geven. 

Er zal ongetwijfeld een vertekening hebben gezeten in de uitnodigingen. Maar ik denk ook dat er wat vertekening heeft gezeten in het nadrukkelijk positieve oordeel van de rector magnificus van onze universiteit. En dat siert hem. Han van Krieken weet waar hij voor staat en is oprecht trots op de kwaliteit van zijn universiteit. Tegelijkertijd spant hij zich stevig in om veranderingen te bewerkstelligen, veranderingen die duidelijk gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van het academische onderwijs, zowel wat betreft de inhoud als de status en de organisatie.

Onderwijsvernieuwing

Onmiddellijk nadat ik heb verteld dat ik het als huisfilosoof van het RadboudCSW met name wil hebben over van Kriekens visie op de plaats van het postacademisch onderwijs, reageert hij met een duidelijke stellingname: ‘We hebben niet voor niets Liesbet Korebrits een stevige opdracht gegeven, want ik vind dat wij veel te weinig aan het levenslang leren doen.’ Korebrits is programmadirecteur Lifelong Learning en bereidt dit jaar met een klein team een advies voor aan het CvB om de Radboud Universiteit voor te bereiden op de permanente educatie die in de toekomst een steeds belangrijker onderwijsdomein zal worden.

De opdracht aan Korebrits is niet de enige maatregel. Met het oog op onderwijsinnovatie zijn er door het CvB ook middelen beschikbaar gesteld voor het stimuleren van interfacultaire samenwerking.

Han van Krieken: "We hebben vorig jaar zonder uitgebreide procedures extra geld verdeeld. Daar komt het eigenlijk op neer. En het grappige is dat de wetenschappers en de docenten het allemaal hartstikke leuk vonden, terwijl de faculteitsbesturen – en met name de mensen die het allemaal moeten regelen – in de stress schoten. “Hoe dat dan zou moeten met die geldstromen?” Maar het maakt wel iets los. Er begint wat dat betreft echt iets te kantelen."

Drastisch en doortastend

Han van Krieken heeft wel wat met onderwijsinnovatie. Hij spreekt ook graag, met enthousiasme en waardering, over de manier waarop het RadboudUMC de opleiding Geneeskunde drie jaar geleden drastisch heeft vernieuwd. En niet voor het eerst, want de laatste grote herziening dateert van nog geen twintig jaar geleden. Het getuigt van een doortastendheid die ik binnen mijn eigen faculteiten (FSW en FTR) zelden tegenkom. ‘Zo’n herziening kost veel tijd, maar de facto is het niet eens zo moeilijk te organiseren. Een aantal kerndocenten, hoogleraren hebben tegen elkaar gezegd: ”Het is tijd om het curriculum weer eens te herzien. Het is inmiddels zo’n vijftien jaar oud, er zit heel veel goeds in, maar het vak is natuurlijk in vijftien jaar enorm veranderd.” Ze hebben zich de vraag gesteld: “Is dit eigenlijk wat wij met elkaar willen bereiken?” en zijn de opleiding rigoureus vanaf de grond opnieuw gaan opbouwen. Het is heel goed dat dat gebeurde, maar ik vond ook wel dat de invoering iets te snel is gegaan. Ze hadden daar wel iets meer tijd voor mogen nemen. Dit soort herzieningen gebeurt wat mij betreft te weinig. Dat is dan ook wel de vraag die ik faculteitsbesturen stel. Ik zie de evaluaties langskomen en soms is er ook wel aanleiding toe.’

“Voor Han van Krieken is onderwijsinnovatie een veelvormig fenomeen dat op allerlei niveaus speelt. Hij heeft het niet alleen over het curriculum van bestaande opleidingen, maar versmalt zijn blik met even veel gemak tot de didactiek op cursusniveau of verbreedt hem juist tot interfacultaire samenwerking en zelfs tot de samenwerking tussen universiteit en hogeschool.”

De diepte in

Over een vernieuwende didactiek die hij toepaste in zijn eigen onderwijs begint van Krieken om duidelijk te maken dat er veel gewonnen kan worden binnen de kaders van een strak curriculum, ook als er geen mogelijkheid lijkt te zijn om een hele opleiding aan te pakken. Zo bedacht hij zelf een cursus Oncologie waarvoor hij binnen de opleiding Biomedische Wetenschappen vier weken tijd kreeg. In die weken werden vier gastcolleges van een uur verzorgd om de studenten een beeld te geven van de breedte van het vakgebied.

Grotiusgebouw 2

‘Maar ik wilde ze ook de diepte in. Gedurende de rest van de week kregen ze daarom in groepjes van vier een promovendus toegewezen en daarbij kregen ze maar één opdracht: het promotie-onderzoek van die promovendus beter maken. En dat was zó geweldig. Want die promovendi vonden het fantastisch. Die kregen de eerste week onderwijs over hoe ze met groepjes om kunnen gaan. En die studenten werden zo enthousiast. Die gingen zo goed op zoek. En vaak lukte het ook en konden ze de promovendus echt een slag verder brengen. Dat is dan zó leerzaam voor iedereen. Dus dat kan best. In één maand.’

Op het randje van studeerbaarheid

Van Krieken komt op dit voorbeeld terug als we het hebben over de traditionele academische opleidingen, de bachelor en de master. ‘De neiging is om alles aan te willen bieden. Dan komt er een nieuwe hoogleraar en diens vak moet dan ook in de bachelor. Op een gegeven moment is zo’n bachelor op het randje van studeerbaarheid. Terwijl de vraag legitiem is of dat er allemaal in moet.

Han van Krieken: “Ik begrijp wel dat zo’n hoogleraar zichtbaar wil zijn, omdat je natuurlijk graag de beste studenten naar je eigen onderzoek wil trekken. Maar dát kan natuurlijk niet beslissend zijn voor hoe een bachelor wordt ingericht."

Voorbij het tekstboek

‘We kunnen veel meer en eerder met differentiatie. Wat echt belangrijk is voor een universitaire opleiding is dat studenten ergens een keer de diepte in gaan. Echt, echt naar de bron. Waar komt die kennis nu vandaan? Je moet als universitaire student ervaren wat het betekent om het onbekende in te gaan. Ik zou graag zien dat dat in de bachelor gebeurt. Want dat is wat een opleiding academisch maakt. Dan moet je de primaire bronnen lezen. Dan moet je de geschiedenis van jouw discipline doornemen. Waarom dachten ze zo? En dat hoef je misschien maar één keer te ervaren, waarbij het niet eens zo belangrijk is in welk onderwerp je die diepte in gaat. Maar zo’n ervaring doet veel met je. Gewoon omdat je een keer zelf, voorbij het tekstboek, naar de bronnen gaat.’

HBO

‘Je moet voor zo’n echte onderzoekservaring ruimte maken in het programma. En dan kun je best selectief zijn. De traditionele indeling bijvoorbeeld bij geneeskunde is dat je snijders, beschouwers en ondersteuners hebt. Studenten weten doorgaans wel een beetje welke kant ze op willen. De beschouwers, bijvoorbeeld, internisten, dermatologen en psychiaters zijn een heel ander type student dan de snijders, chirurgen. Beschouwers hoeven echt niet te leren snijden. Liever niet zelfs. Zulk soort differentiatie moet ook in andere opleidingen benut kunnen worden.’

Collegezaal in het Grotiusgebouw

Van Krieken maakt duidelijk dat zulke keuzes, zelfs als ze min of meer willekeurig tot stand komen, de voorkeur verdienen boven een breed overzicht, omdat het zo belangrijk is dat studenten die voor een academische studie kiezen geconfronteerd worden met het echt onbekende. Dat zou ook best kunnen betekenen dat niet iedereen geschikt is voor een bachelor of een bachelor niet geschikt voor iedereen.’

Han van Krieken: “Ik denk dat we op dit moment te veel mensen rond hebben lopen in onze bachelors die eigenlijk beter thuis zouden zijn op het hbo.’

‘Maar ik vind het jammer dat het hbo – en dat heb ik ook wel gezegd tegen mensen daar –  zich aan het afficheren is als een minder goede universiteit. Dat moeten ze ook niet doen, want, eerlijk, ze zijn hartstikke goed in wat ze doen. Gelukkig zie je dit nu in het mbo wel veranderen. Die zijn terecht trots op hun studenten, op mensen die iets kúnnen, die een vak hebben geleerd. Maar het hbo lijkt niet te weten hoe ze zichzelf goed moet profileren.’

De universiteit kan leren van anderen

Een goede afstemming en samenwerking tussen de verschillende onderwijsinstellingen is voor Han van Krieken belangrijk. Daar kan de universiteit ook nog wel leren van de anderen, vooral als het om de verbinding met het werkveld gaat. ‘We hebben voor studenten de stages en we halen buitengewoon hoogleraren uit de praktijk. Maar dat doen we op hoogleraarsniveau, nauwelijks op andere niveaus. We zouden docenten van een middelbare school een dag in de week hier kunnen laten werken, of onze docenten een dag in de week op een middelbare school. Of in bedrijven. Daar doen we veel te weinig aan. 

Han van krieken: “Er is ook te weinig respect voor implementatieonderzoek, terwijl dat toch ook écht onderzoek is. Dus ik denk dat dat goed zou zijn voor ons en voor de samenleving als wij meer mensen zouden hebben die een deel van hun tijd in een onderneming of in een gemeente zouden werken. 
Dubbelaanstellingen zouden helpen.’

Onderwijsgebouw

Het zijn dit soort opmerkingen die laten zien dat Han van Krieken een serieuze visie heeft op de universiteit als een instelling die academisch onderwijs verzorgt. Een vernieuwende visie. Natuurlijk is de universiteit ook een huis voor de wetenschap, voor onderzoek, maar voor van Krieken is het duidelijk dat de universiteit zich nadrukkelijk op een nieuwe manier zal moeten situeren in een onderwijsveld dat onmiskenbaar aan het veranderen is. ‘Dat Teaching and Learning Centremoet er ook echt komen en ik hoop dat dat iets teweeg gaat brengen. En misschien moeten we wel een heel nieuw Onderwijsgebouw gaan neerzetten. Een plek waarvan mensen weten dat het daar over academisch onderwijs gaat, een plek waar docenten elkaar zullen kunnen ontmoeten, waar studenten aan hun studie zullen kunnen werken, ruimtes waar met academisch onderwijs geëxperimenteerd kan worden. En misschien moeten we daar wel gewoon serieus in investeren.’

Aanbod voor een leven lang leren

In dit onderwijsgebouw zal het dan typisch niet gaan om de traditionele academische opleidingen, de bachelors, de masters en de promotietrajecten, maar om een heel ander type aanbod, een aanbod dat veel beter past bij een leven lang leren. ‘Ik zou graag zien dat we in zo’n gebouw veel regelmatiger conferenties organiseren, dat we hier de reeksen aanbieden die nu door Radboud Reflects worden georganiseerd, zodat we een veel groter publiek kunnen bereiken dan we nu doen. En ik denk ook hieraan: ik ben zelf nu natuurlijk een bestuurder geworden. Ik heb allerlei plukjes ervaring en ik ben een paar keer gaan zoeken naar een passend onderwijsaanbod voor mijzelf. Daar kunnen we nog veel meer in doen. We moeten veel meer doen om afgestudeerde academici te steunen in het ontwikkelen van elementen waar ze op verschillende momenten in hun loopbaan behoefte aan hebben. We zitten veel te vast in het idee dat als je eenmaal op je vijfentwintigste gekozen hebt, dat je dan zo’n beetje tot je zeventigste hetzelfde blijft doen. Carrières variëren enorm. Academici kennen periodes dat ze vooral met onderzoek bezig zijn, of periodes waarin ze helemaal weg zijn van onderwijs, of dat ze sterk de richting van impact op bewegen. In al die verschillende periodes kunnen ze behoefte hebben aan specifiek postacademisch onderwijs.’

Werkend leren

‘De universiteit moet zich goed realiseren dat wat we mensen hier leren is dat ze in staat zijn zelf hun voortdurende ontwikkeling die nodig is vorm te geven. Daar moeten we een goed aanbod voor hebben. Dat hoeft niet allemaal aan de voorkant.’

Han van Krieken: “Ik vind zelf de geneeskunde-opleiding bijvoorbeeld veel te lang.” 

‘Ik ben het wat dat betreft met jouw pleidooi voor duale trajecten eens. Werkend leren is een hele goede zaak. Daarom vind ik het levenslang leren ook zo belangrijk, en dat is niet alleen om steeds beter in je vak te worden, maar ook om andere kanten van jezelf te ontwikkelen. Daar is de universiteit nog te weinig op ingericht.’

Te veel in de controlestand

Op dit punt leg ik Van Krieken mijn voorstel voor om die duale trajecten ook heel anders te financieren, door een deel van het geld weg te halen bij de instellingen en in de vorm van een vouchersysteem in handen te leggen van de burgers. Hij blijkt, ter voorbereiding op ons gesprek, het hoofdstuk in mijn boek over het post-initiële onderwijs al gelezen te hebben en formuleert genuanceerd zijn positie. Daarbij neemt hij duidelijk afstand van mijn voorstel om het post-initiële onderwijs volledig te organiseren rondom de leervraag van de student, die ik in mijn boek overigens ‘gezel’ noem. 

Grotiusgebouw

‘Ja, het idee dat mensen van de overheid een bepaalde hoeveelheid kans krijgen vind ik wel een interessante – nog afgezien van hoe je dat zou willen vormgeven. Ik zie daar overigens wel een risico. Ik wil heel veel vertrouwen aan studenten geven. Ik vind dat we dat te weinig doen, dat we te veel in de controlestand zitten, ook naar docenten, trouwens. Daar proberen we van alles aan te doen, maar ik denk toch dat een stukje structuur belangrijk is. Als opleidingen goed in elkaar zijn gezet, dan bouwen die op naar een toenemende zelfstandigheid. Dan volgt iemand in zo’n duaal traject toch een bepaalde route, waarover goed is nagedacht door opleiders die het vakgebied kennen.’

Wat wil een opleiding bereiken?

Zo komt Han van Krieken terug op de drastische herziening van de Geneeskundeopleiding waarover wij eerder spraken. Want daarin gebeurde wat volgens hem aan de universiteit te weinig gebeurt: dat met een team kerndocenten naar een gehele opleiding gekeken wordt en dat radicaal de vraag gesteld wordt wat die opleiding beoogt te bereiken en of dat inderdaad ook wordt gerealiseerd door de opleiding zoals die bestaat. Hoewel ik zelf in mijn boek bepleit dat we juist niet vanuit het aanbod van een opleiding zouden moeten reageren op de leervraag van een post-initiële student, begrijp ik dat Van Krieken nu eenmaal vanuit zijn onderwijsinstelling denkt, en moet denken. Vanuit dat perspectief is het al een groot gebaar in mijn richting om te pleiten voor het geregeld rigoureus herzien van gehele opleidingen.

Een leven lang leren bij het RadboudCSW

Ik kan daarbij bovendien namens het RadboudCSW een gebaar in zijn richting maken. Het postacademisch onderwijs dat dit centrum aanbiedt, wordt namelijk geregeld – veel vaker dan eens in de vijftien jaar – vanaf de grond opnieuw opgebouwd. Daarbij wordt zelfs nadrukkelijk ingespeeld op de leervraag van de deelnemers en zijn die deelnemers in verschillende studie-onderdelen zelfs vooral hun eigen – dat wil zeggen: elkaars – docent.

--------------------------------------------------------------------------------------

Over RadboudCSW-huisfilosoof prof. dr. Jan Bransen 

Prof. dr. Jan BransenProf. dr. Jan Bransen (1958) is hoogleraar filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en dacht als RadboudCSW-huisfilosoof een jaar lang mee over de toekomst van het postacademisch onderwijs. In zijn laatste boek Gevormd of vervormd? – Een pleidooi voor ander onderwijs (2019) betoogt hij dat onderwijs niet vormt, maar vervormt. Dat komt doordat het uitgaat van verkeerde aannames. Bransen: ‘Dat komt omdat het uitgaat van de verkeerde aannames. Zo lijken we onbewust nog steeds te denken dat we twee fases in ons leven hebben: een fase van leren en een fase van leven. Maar leren en leven doe je tegelijkertijd, je hele leven lang.’ In zijn boek stelt hij voor het onderwijs voortaan te organiseren in duale trajecten, waarin leren en werken samengaan. Gevormd of Vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs is op 1 februari 2019 verschenen bij ISVW Uitgevers.

Een leven lang leren

Het Radboud Centrum Sociale Wetenschappen gelooft in een leven lang leren. Al meer dan 20 jaar verzorgen wij postinitiële (BIG-)opleidingen voor gedragswetenschappers. RadboudCSW biedt professionals uit de sociale wetenschappen de ruimte om zich te blijven ontwikkelen door praktijk en wetenschap te verbinden. Dit doen wij door intensief samen te werken met praktijkinstellingen en ervaren en bevlogen docenten afkomstig uit praktijk en wetenschap. Met deze krachtige en inspirerende leeromgeving leveren we als universiteit een bijdrage aan de voortdurende verbetering van zorg, onderwijs en maatschappij.