Radboud Centrum Sociale Wetenschappen

Postacademisch Onderwijs voor een Veerkrachtige Samenleving

Hoe IMRO cliënten tot ontwikkeling laat komen

Wat doe je als een behandeling met verbale aanpak bij een cliënt niet lijkt te helpen? Waar wijk je dan naar uit? Het is een vraag waar menig hulpverlener die werkt met cliënten met uiteenlopende gedrags- of sociaalemotionele problemen weleens mee worstelt. Bij de IMRO-aanpak Beweging-als-houvast pakken ze het daarom anders aan. Door niet enkel van verbale taal en communicatie gebruik te maken, maar juist aangepaste lichaamstaal en aangepast stemgebruik als werkzame instrumenten in te zetten. Omdat ze weten dat lichaamstaal meer zegt dan 1000 woorden. 

Door: Bo Polman

Jari, een vierjarig mannetje, bezoekt wekelijks een medisch kinderdagverblijf. Contact leggen met Jari lukt maar weinig: hij praat nauwelijks en kijkt je ook niet aan. Ga je naast hem zitten om te spelen, dan is hij verzonken in zijn eigen wereldje en doet geen enkele poging om met jouw spel mee te spelen. En wil jij met hem meespelen, dan reageert hij eigenlijk niet op jouw inbreng. De ervaren groepsleidster van Jari, Marga, maakt zich ernstig zorgen over zijn ontwikkeling. Ook haar lukt het niet om contact te maken met Jari, hoe graag ze dat ook wil. 

Het besluit volgt om het over een andere boeg te gooien, een andere behandelstrategie bij het knulletje toe te passen. Door gebruik te maken van Beweging-als-houvast. En dan begint langzaamaan de zon achter de wolken te schijnen. Marga vertelt: "Een belangrijk advies was om mijn tempo te verlagen en minder te gaan praten. Jari nam mij niet waar als ik hem in mijn eigen tempo benaderde. Ik ben dat gaan uitproberen en eerlijk gezegd viel het niet mee om langzamer te praten en te bewegen, maar ik bleef proberen. Na een korte tijd zag ik al verandering bij Jari. Hij keek me af en toe aan, keek hoe ik aan het spelen was. Elke keer dat we vervolgens samen gingen spelen, zag ik hem groeien in ons contact. Hij praatte mij na, volgde mijn spel en na verloop van tijd zongen we samen liedjes tijdens het spelen in de zandtafel. Ik ben enorm verrast wat het effect op Jari is doordat ik mijn snelheid ging aanpassen!"

Een prachtig voorbeeld van hoe de IMRO-aanpak Beweging-als-houvast het verschil kan maken. Waarom werkt deze methode zo wonderwel? Wat is het achterliggende geheim? 

"Ik geloof dat deze methode echt iets verandert van binnenuit bij de cliënt, zodat óók bij afsluiting de verandering blijvend is."

Hoe deze methode het verschil kan maken

Praatjes vullen vaak geen gaatjes, dat weet iedereen. Toch vallen hulpverleners in de omgang met cliënten gemakkelijk terug op taal. Soms uit handelingsverlegenheid, omdat er simpelweg weinig anders meer in de gereedschapskist ligt om probleemgedrag bij te sturen. Beweging-als-houvast vormt dan een fris en kansrijk alternatief.

"De methode biedt concrete handvatten in afstemmen op het gedrag van een cliënt. Een hulpverlener leert hoe deze zijn of haar gedrag zo kan aanpassen dat er wederkerig en gelijkwaardig contact ontstaat met diegene. Dit wordt altijd gedaan door samen plezier te maken tijdens de contactmomenten", vertelt docent van de cursus Interactie Methodiek voor Relationele Ontwikkeling (IMRO) Sonja Graafstal. "De hulpgever leert om zijn of haar lichaamsbewegingen en stemgeluid af te stemmen op de bewegingen en stemgeluid van de cliënt, waardoor er altijd mogelijkheden ontstaan om contact te maken. Ook als verbale communicatie niet mogelijk is."

Met als doel een hechtere band te scheppen, gezamenlijkheid te creëren. De handvatten die de hulpverlener krijgt zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten uit de vroege ouder-kind interactie. In deze vroege ouder-baby periode is er sprake van communicatie gebaseerd op lichaamstaal en bewegingen. Deze technieken zijn omgezet naar handvatten voor de hulpverlener in relatie tot de cliënt. Net zoals een ouder en klein kind intuïtief ook ‘een bondje sluiten’ tijdens een spelletje samen: mama of papa gaat mee in de leefwereld van hun kind, zet een hoog stemmetje op en gooit óók met een blokje en begint te lachen. Ook al is het kind de taal nog niet machtig: even snel als het kind bewegen, dezelfde intonatie et cetera, het draagt allemaal bij aan een wederzijds gevoel van verbondenheid.

Van elkaar leren

Ook onderscheidende bewegingen komen aan bod. Ieder van ons leert immers van wat anderen anders doen. Het is dus zaak dat iedereen, ook de hulpvrager, de kans krijgt om vaardigheden in te brengen die de ander (nog) niet heeft. Ook dit krijgt weer nauwelijks woorden, maar wordt tijdens gezamenlijke activiteiten via de interactie bevorderd. Bijvoorbeeld in de vorm van bewust sneller of juist langzamer bewegen dan de hulpvrager, met meer of minder spierspanning gebaren dan de hulpvrager of met een andere inzet van de stem dan voorheen.

Met dit soort non-verbale, kleine, concrete stapjes werkt de hulpgever mét de hulpvrager gaandeweg toe naar het ontwikkelen van nieuw, gewenst gedrag.

Geen gemakkelijke taak

Je lichaamsbewegingen en stemgeluid afstemmen op je cliënt. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar is in de realiteit makkelijker gezegd dan gedaan. Op de eerste plaats omdat het van een hulpverlener vraagt dat diegene anders leert kijken naar gedrag. Niet alleen dat van de cliënt, maar ook eigen gedrag. Die omslag is niet van de ene op andere dag gedaan. De hulpvrager gedraagt zich daarnaast vaak niet zoals sociaal gewenst.

Docent Linda Reus zegt hierover: “Dat doet soms pijn en kan frustreren. En wanneer we vragen aan een cursist om anders te bewegen en vocaliseren in relatie tot de cliënt, dan vragen we de cursist eigenlijk om even anders te zijn. Voor de meeste cursisten is dit best spannend en dit lukt ook vaak niet in een keer, maar de beloning is ontzettend groot.” 

IMRO volgens cursisten

Cursisten zijn enthousiast over de methode. Al tijdens het volgen van cursus is bij hun cliënten een omslag te zien, een stap in de goede richting. En niet alleen in relatie tot de cliënt kunnen ze de methode toepassen, ook in hun eigen sociale relaties leren de deelnemers hun gedrag af te stemmen op dat van de ander. Een mooie bijkomstigheid.

"Ik gun meer kinderen deze vooruitgang en het plezier in samenspelen. Wie wil dat nou niet? Ik hoop dat meer mensen deze cursus gaan doen, zodat meer kinderen op deze manier geholpen kunnen worden", zegt Marga. Een van haar medecursisten deelt: "Ik zie dat er meer rust en plezier is bij mijn cliënten in contact met mij. Ze kijken er meer naar uit als ik kom, soms willen ze zelfs met mij naar huis. Dat doet me heel erg goed. De cursus heeft me een hele bruikbare toolkit gegeven om de behandeling op een menselijke en duurzame manier vorm te geven. Ik geloof dat deze methode echt iets verandert van binnenuit bij de cliënt, zodat óók bij afsluiting de verandering blijvend is."

Over de cursus IMRO

Wil jij ook met deze methode leren werken? Dat kan! In 2022 starten we weer met een nieuwe groep, inschrijven is nu al mogelijk! In de cursus word je gedurende een periode van maar liefst negen maanden intensief begeleid. Je krijgt individuele mondelinge en schriftelijke feedback, zowel van de docenten als van medecursisten. Zodat je in de toekomst je cliënten een prettigere en effectievere behandeling kan bieden. Meer informatie vind je hier.

Voor meer informatie over IMRO Beweging-als-houvast en de cursus kunt u contact opnemen met IMRO-docenten Sonja Graafstal MSc (sonja.graafstal@ru.nl) of dr. Linda Reus (linda.reus@ru.nl).