Huisfilosoof Jan Bransen Column (3) ‘Ervaringsdeskundigen’

In de wereld van de psychiatrische zorg komt er steeds meer aandacht en ruimte voor de zogenaamde ervaringsdeskundigen of ervaringswerkers. RadboudCSW-huisfilosoof Jan Bransen laat er zijn licht op schijnen. 

Door: JAN BRANSEN
Beeld: DUNCAN DE FEY

Jan Bransen

In de wereld van de psychiatrische zorg komt er steeds meer aandacht en ruimte voor de zogenaamde ervaringsdeskundigen of ervaringswerkers. Zij vormen een buitengewoon interessante categorie mensen, een categorie die eigenlijk pas ontstaan is nadat de zorg professionaliseerde en er mensen bleken te bestaan die ervaring hebben aan beide kanten van de psychiatrische hulpverleningsrelatie. Kenmerkend aan deze mensen is dat ze persoonlijk ervaring hebben

  • met de ontwrichting die psychisch lijden in hun leven met zich heeft meegebracht;
  • met herstel, d.w.z. met het weer in contact komen met hun eigen kracht, dankzij – maar vaak ook ondanks – hun gang door de professionele psychiatrie;
  • met het delen van die ervaring met anderen, maar ook met zichzelf;
  • met het faciliteren van andermans herstel;
  • en met de wankelmoed – om een term van Désanne van Brederode te lenen – die je nodig hebt om ‘gewoon ongelukkig’ te kunnen zijn.

Deze wonderbaarlijke mix geeft de ervaringswerkers een belangrijke rol in de wereld van de geestelijke gezondheidszorg. Die rol roept uiteraard problemen op. Dat snap ik best. Natuurlijk zullen er professionele hulpverleners zijn die zich geen raad weten met de voorsprong die de ervaringsdeskundigen voor zichzelf lijken te kunnen opeisen doordat zij wel, maar die hulpverleners niet, kunnen bogen op hun ervaring als patiënt/cliënt. Natuurlijk zal die voorsprong betwist worden, zal die aanleiding zijn tot allerhande machtsconflicten. En natuurlijk zal die ervaringskennis ingekaderd moeten worden, of ingekapseld, zo je wilt, omdat niet zomaar iedere ervaring tot deskundigheid leidt. Professionalisering is immers vooral ook een sociologisch fenomeen, dat met inhoud te maken heeft, maar vooral ook met vorm, met formele autoriteit.

Om die machtsconflicten uit de wereld te helpen zou ik graag eens een tijd fantaseren over de betekenis die de ervaringswerkers zouden kunnen hebben voor het RadboudCSW. Zouden we ervaringsdeskundigen kunnen inzetten in het onderwijs? Zouden die ervaringsdeskundigen de academisch opgeleide hulpverleners – die uit de aard van hun opleiding sowieso gebukt gaan onder een gebrek aan ervaring – in een versneld tempo ervaring kunnen bijbrengen? Niet alleen als hulpverlener, maar ook als herstellend medemens.

Nog spannender wordt het wellicht als we ons realiseren dat veel professionele hulpverleners een verborgen persoonlijke geschiedenis met zich meedragen waarin zij zelf wel degelijk ervaring hebben opgedaan met de ontwrichting die psychisch lijden met zich meebrengt. Zouden de ervaringswerkers via post-academische opleidingen misschien een rol kunnen spelen bij het ‘uit de kast komen’ van dat psychiatrische verleden van die hulpverleners? Wie weet hoeveel herstelkracht daarmee vrijgemaakt kan worden.

En ik heb nog een laatste fantasie. Die heeft te maken met een heel ander type ervaringsdeskundige, een type dat niet zo zeer in psychiatrische zin ervaren is, maar in educatieve zin. Ik denk aan al die hulpverleners die persoonlijke ervaring hebben met de ontwrichting die een beperkte, eenzijdige, cognitieve, theoretische opleiding in hun leven met zich heeft meegebracht. Die hulpverleners hebben in hun professionele praktijk ongetwijfeld ook persoonlijk ervaring opgedaan met hun educatieve herstel, d.w.z. met het herwinnen van hun eigen educatieve kracht, het terugvinden van wat ik graag onze natuurlijke leerlust noem.

Zou het niet fantastisch zijn als we in het RadboudCSW met dergelijke ervaringsdeskundigen een bijdrage zouden kunnen leveren aan het verbeteren van al die opleidingen die met Mens en Maatschappij te maken hebben? 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Meer van dit soort prikkelende stellingen over zorg óf onderwijs horen?

Denk je dat leken die jou als deskundige een vraag stellen hun eigen vraag begrijpen? Wat voor tunnelvisie heb jij op jouw eigen intuïties: die van jouw advocaat of die van de tegenpartij? Is gezond verstand de vriend of de vijand van wetenschap? En is dat wederzijds? Is er in zorg en onderwijs sprake van oprechte samenwerking? En kunnen jouw cliënten/leerlingen dat aan je merken? 

Speciaal voor onze alumni houdt Jan Bransen, huisfilosoof van het RadboudCSW, op 1 februari een prikkelende lezing over Gezond Verstand in onderwijs en zorg naar aanleiding van zijn boek 'Laat je niets wijsmaken' waarmee hij in 2014 de Socratesbeker won. Aanmelden voor deze lezing doe je hier.

Wil jij je gezonde verstand ontwikkelen en leren in te zetten in de dagelijkse praktijk? Jan Bransen geeft twee keer een tweedaagse cursus 'Gezond verstand in Onderwijs en Zorg': eentje voor onderwijsprofessionals, en een voor zorgprofessionals. Meer informatie over deze cursus vind je hier.