Radboud Centrum Sociale Wetenschappen

Postacademisch Onderwijs voor een Veerkrachtige Samenleving

Kansenkloof in de klas? RadboudCSW-onderwijsprofessionals: 'Er is werk aan de winkel'

De gelauwerde documentaireserie Klassen (terug te kijken via NPOStart) maakte eind 2020 in het hele land de tongen los. Vooral vanwege de kansenongelijkheid in de klas die de serie aan de kaak stelt. In het kielzog van Klassen werden dit jaar in elke regio massaal bezochte (online) meet-ups gehouden. Inzet daarbij: hoe verkleinen we de onacceptabele kansenkloof in het Nederlandse onderwijs? Een kwestie die ook velen bij de diverse RadboudCSW-opleidingen bezighoudt. Twee opleidelingen van de opleiding tot Schoolpsycholoog en OG-ZON, en een RITHA-docent laten er hun licht over schijnen.

Door: Hans Wanningen

Allyssia SevenhuijsenAllyssia Sevenhuijsen, bezig met de afronding van de Nijmeegse opleiding tot Schoolpsycholoog, gaat dit thema al langere tijd aan het hart. In de praktijk van haar baan bij de onderwijsgroep OZHW, met hoofdvestiging in Barendrecht, ziet ze dagelijks op de 24 aangesloten basis- en middelbare scholen wat kansenongelijkheid met kinderen doet. Vandaar ook dat ze meteen gehoor gaf aan het verzoek om bij drie meet-ups als tafelleider op te treden. 

‘Bij één daarvan zei een van de documentairemakers, Ester Gould: “Veel leerkrachten zadelen kinderen op met lage verwachtingen. En verwachtingen hebben de neiging om uit te komen.” Dat raakte een snaar bij mij. Die gedachte geef ik nu geregeld ter reflectie mee aan de docenten van onze scholen.‘

In Klassen noemt de Amerikaanse onderwijssocioloog Bowen Paulle veel scholen zelfs een "prison of low expectations", waarin kinderen weinig leren en veel worden "getherapeutiseerd". In de Meet-up Gelderland in april beaamde Ester Gould dit: ‘De aanname dat het thuis moeilijk is en dus de cognitieve lat op school omlaag moet, brengt vaak een vicieuze cirkel op gang.’

Onbewuste aannames

Sevenhuijsen herkent dit: ‘Als schoolpsycholoog probeer ik docenten te bevragen en zo te attenderen op onbewuste aannames en vooroordelen. In docentenkamers doen die geregeld de ronde, valt mij op. Bijvoorbeeld dat een kind uit een “lager” of “problematisch” milieu vast geen begeleiding bij het huiswerk zal krijgen, thuis te veel gedoe heeft, en daarom beter af is met een minder hoog schooladvies.’

Schoolstress, bij leerlingen én leraren

Sevenhuijsen wil dat ieder kind op school tot zijn recht komt: ‘Hoe? Nou, geef kinderen het gevoel dat je er voor hen bent, dat je ze waardeert om wie ze zijn, dat leren leuk is, dat ze vragen kunnen stellen en fouten mogen maken. En vooral: praat niet over maar mét hen. Vraag hoe het gaat. Dan weet je al gauw hoe de vlag er werkelijk bijhangt.

Hoe anders is het nu soms. Ik geef geregeld workshops over omgaan met stress. Schrikbarend hoeveel kinderen wakker liggen van school. Ook daarom sluit ik me aan bij de Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman, die in Klassen betoogt dat het schooladvies te vroeg komt. De druk die je daarmee op kinderen legt, is in veel gevallen te hoog. Bovendien leidt het tot een ongezonde competitiedrang in de klas.’

Eigenlijk geldt exact hetzelfde voor de leerkrachten, vindt Sevenhuijsen. ‘Ook die worden overvraagd, ook die staan onder druk. Schoolbesturen doen er daarom goed aan om minder zaken van hogerhand op te leggen, maar meer het oor te luister te leggen bij hun leerkrachten: hoe gaat het? Wat hebben jullie van ons nodig?’

Vangnet én trampoline

In haar rol als schoolpsycholoog probeert ze de kansenkloof vooral te verkleinen door een verbindende schakel te zijn voor alle betrokken onderwijs- en zorgprofessionals. ‘Ik bouw aan een netwerk dat voor kinderen werkt als een vangnet, maar evengoed – met een vrolijk en veerkrachtig beeld – als een trampoline. De weg omhoog mag voor veel kinderen heel wat makkelijker en fijner zijn dan die nu is.’

Cognitief talent

Lineke van TrichtMeer kansengelijkheid, dat is zeker ook een kolfje naar de hand van Lineke van Tricht, ECHA-specialist en docent RITHA bij het RadboudCSW. Van Tricht is directeur van Bureau Talent in Leiden, met als expertise de ontwikkeling van cognitief talent tussen tien en achttien jaar. Ze leidt in dit kader het internationale project Creating Equal Opportunities at School through teaching academic language, kortweg CEOS.

Van Tricht: ‘Ons bureau werkt al jaren samen met het Rijswijks Lyceum, een zeer diverse, gekleurde school. De school signaleerde dat hun toch echt intelligente leerlingen bij toetsen en examens niet geweldig uit de verf kwamen. Onderzoek van ons bracht aan het licht dat hun woordenschat ontoereikend was om toetsvragen goed te begrijpen en, stap twee, adequaat te beantwoorden.’

Een waardevolle ontdekking, die mede aan de wieg stond van het CEOS-project. Met dit project beogen Van Tricht en onderwijspartners kansengelijkheid te bevorderen. Hiertoe hebben ze een woordenlijst ontwikkeld die leerlingen in het voortgezet onderwijs met een minder geprivilegieerde achtergrond heel gericht helpt om de genoemde taalbarrière te slechten.

Woordenlijst voor schooltaalwoorden

Van Tricht: ‘Bij de woordenlijst gaat het specifiek om een set van woorden die telkens weer voorkomen in vragen, opdrachten, toetsen en examens, zoals “analyse” of “kanttekening”. Vanzelfsprekend neem je daarmee niet in één klap de kansenongelijkheid weg. Wel zie je dat deze wetenschappelijk onderbouwde interventie in de praktijk écht zoden aan de dijk zet.’

En dat smaakt naar meer. Vandaar dat zij momenteel ook werken aan een lijst van schooltaalwoorden bestemd voor groepen 7 en 8 in het basisonderwijs. Van Tricht: ‘Dat zou op termijn meer kinderen met deze achtergrond kunnen helpen aan het hogere schooladvies waar ze in wezen gewoon recht op hebben.’

Sociaal-economische status

In één adem voegt ze eraan toe: ‘Trek hieruit nou niet de conclusie dat het altijd de taal is waar bij deze groep de schoen wringt. Dat is een veelgemaakte denkfout zo niet vooroordeel.’ Waar knelt het dan wel? Van Tricht: ‘Een veelheid aan sociaal-economische problemen. Problemen die zij overigens delen met miljoenen Nederlanders van welke kleur, komaf of religie dan ook met een lager inkomen en een lager opleidingsniveau. Problemen die bij mensen met een lagere Sociaal-Economische Status (SES) maar al te vaak op meerdere levensgebieden doorwerken, ook op onderwijsvlak.’

Te weinig oog voor talent

Wat haar aanspreekt in Klassen is bovenal de boodschap om verwachtingen en standaarden hoog te houden. Van Tricht: ‘Je doet kinderen te kort als je de lat lager legt. Geloof in hen! Geef béter onderwijs! Leerlingen die de capaciteiten hebben, moet je stimuleren om zich volop te ontwikkelen. Nog te vaak blijven op school kinderen met bijzondere kwaliteiten onder de radar. Dat mogen scholen zich aantrekken. Hebben deze kinderen ouders met een lagere SES-score, dan lopen zij dubbel risico dat hun potentieel niet tot wasdom komt.’

Bijles? Niet voor iedereen

Ze vervolgt: ‘Wat de kansenkloof verergert, is dat rijke, hoogopgeleide ouders de middelen hebben en de wegen kennen om hun kinderen op een betere school te krijgen of bijlessen te laten volgen. Andere kinderen staan er min of meer alleen voor. Dat is niet aanvaardbaar. Elk kind verdient volwaardig onderwijs!’

Kansen op de AZC-school

Marieke de BoerDaar kan Marieke de Boer, tweedejaars opleiding OG ZON bij het RadboudCSW, zich volledig in vinden. De Boer werkt voor de IJsselgroep als gedragswetenschapper Passend Onderwijs en intern begeleider in het AZC Dronten op een basisschool voor nieuwkomers. Daarnaast begeleidt ze kinderen vanuit de Jeugdpraktijk IJsselgroep. De Boer: ‘Het thema kansengelijkheid loopt als een rode draad door al mijn werkzaamheden. Ik benader kinderen altijd vanuit hun mogelijkheden, oplossings- en talentgericht. Bij docenten probeer ik diezelfde attitude stapsgewijs te bevorderen.’

Nul-twee achter

Lang niet alle leerkrachten staan altijd met die houding voor de klas, weet ze: ‘Cultuurverschillen, werkdruk maar ook onbewuste aannames maken het soms best lastig om de werkelijkheid van de kinderen en hun ouders te begrijpen. Niet zelden worden leerlingen om hun gedrag op voorhand als problematisch bestempeld. Zo staan ze al met nul-één achter op de dag dat ze beginnen aan de vervolgschool. Eigenlijk nul-twee, als je alle discriminatie en racisme in onze samenleving erbij optelt. Geen gezellige boodschap, ik weet het. Maar zo is het wel.’ 

Samen zien wat wél kan

Zelf kijkt de Boer door een heel andere bril: ‘Mijn vertrekpunt, ontleend aan de positieve psychologie, is: hoe kunnen we aanhaken op de stérke kanten van het kind, rekening houdend met culturele verschillen? Je ziet dat die benadering, zeker ook in de gesprekken met ouders en de kinderen zelf, vruchten afwerpt. Bij het AZC zien we de ouders als onze pedagogische partners. We beslissen niet over de hoofden van ouders en kinderen heen alsof wij alle wijsheid in pacht hebben.’

Bruggen bouwen

In opleiding tot Orthopedagoog Generalist merkt de Boer dat ze de belangen van kinderen en ouders nóg beter kan behartigen: ‘Vooral door als bruggenbouwer alle onderwijs- en zorgpartijen op één lijn te krijgen en – systemisch denkend en handelend – meer regie te brengen in de ketensamenwerking.’ Ook slaat ze bruggen tussen actuele wetenschappelijke inzichten en de dagelijkse praktijk. De Boer: ‘Zodat bijvoorbeeld de overdracht naar de vervolgschool beter verloopt. Doordat duidelijk op papier komt te staan wat het kind daar nodig heeft. En doordat ik er alert op blijf dat zo’n document niet ongebruikt in een la belandt.’

Kinderen én leraren verdienen beter

Terug naar Klassen. Al even stellig als Sevenhuijsen en van Tricht is de Boer van mening dat je kinderen nooit een dienst bewijst met lage verwachtingen. ‘Zie juist waar ze competent in zijn. Geef ze beter onderwijs en zo méér kansen. Elk kind verdient het om gezien te worden en zijn talenten te ontwikkelen. Help de leraren om dit waar te maken. Ondersteun ze in het daadkrachtig handelingsgericht te werk gaan: doelen stellen, evalueren en doorontwikkelen. Daar hoort tot slot bij dat leraren elkaar en andere betrokken onderwijs- en zorgprofessionals opzoeken. Om met en van elkaar te leren. Allemaal afzonderlijk het wiel uitvinden werkt niet. Alleen samen kunnen we deze kloof verkleinen.’

RadboudCSW: Hoe doen we recht aan ieder kind?

In het najaar van 2021 organiseert het RadboudCSW events rond Klassen en het thema klassenongelijkheid in de klas. Op de hoogte gehouden worden? Stuur een mail naar info@rcsw.nl om het laatste bericht over deze events te ontvangen. 

Wil je ook meedoen? Meld je aan voor de Linkedin-groep van Klassen: Samen tegen kansenongelijkheid in het onderwijs