Radboud Centrum Sociale Wetenschappen

Postacademisch Onderwijs voor een Veerkrachtige Samenleving

Kwart van patiënten loopt met verkeerde diagnose rond

Diagnoses zijn in de GGZ aan de orde van de dag. Helaas betekent dat ook dat er wel eens een foute diagnose wordt gesteld. In 2018 bleek uit onderzoek van de Gelderse ggz-instelling GGnet dat maar liefst een kwart van diens patiënten met een verkeerd labeltje rondliep. Een schrikbarend hoog aantal. Waarom lijkt het zo vaak mis te gaan? Dr. Paul van der Heijden, plv. hoofdopleider van de kp-opleiding, en prof. dr. Jan Derksen vertelden er recentelijk over in de media.

Door: Bo Polman

KRO NCRVs Pointer interviewde prof. dr. Jan Derksen voor hun onderzoek 'Verkeerd gediagnosticeerd'. Ook zij stelden de vraag aan de ervaren diagnosticus: wat maakt het risico op misdiagnoses nou zo groot? Volgens Derksen is dat onder meer te wijden aan de bezuinigingen in de zorg. Diagnositiek wordt hierdoor vaker overgelaten aan nog te onervaren professionals. "Met de lager opgeleiden worden gaten gevuld en de wachtlijsten verminderd. Dan sturen we een patiënt door naar een ggz-instelling en dan doet een voormalig student van mij de intake. En dát is dan de gespecialiseerde zorg", zegt hij hierover.

Tijd en geld

Ook dr. Paul van der Heijden ziet een gebrek aan tijd en geld bij ggz-instellingen als boosdoener. Aan Pointer vertelt hij: "Simpelweg omdat een intake maar 3 kwartier duurt. Dan moet je al een voorlopige diagnose stellen. Dat is echt een probleem, want dat geeft meteen al richting, zeker als een specialist met autoriteit zo’n voorlopige diagnose stelt. Dan moet je van goede huizen komen om als behandelaar te zeggen dat dat niet klopt."

Naast bezuining op uitgebreide diagnostiek is er ook een ander probleem: de DSM-classificaties. Speelt dit wellicht een te grote rol in het stellen van een diagnose? En zijn de classificaties eigenlijk wel betrouwbaar? Als het aan Van Der Heijden ligt, is het antwoord op die vraag 'nee'. In een interview met de Volkskrant gaat hij dieper in op de rol van de DSM-classificaties bij een diagnose. Zo vertelt de klinisch psycholoog en psychotherapeut: "De stoornissen die de DSM beschrijft bestaan niet echt. Vandaar die onbetrouwbaarheid. Het zijn bogsat-diagnosen."

Daarnaast stelt hij dat hij tot een compleet andere DSM-classificatie kan komen dan zijn collega's. "Gewoon omdat ik andere vragen stel. Je zou in een gestructureerd interview alle denkbare vragen moeten stellen. Als ik een depressie vermoed, moet ik eigenlijk ook vragen naar dwanggedrag en seksuele problemen. Maar dat ervaren patiënten als heel vervelend. En je hebt maar drie kwartier. Dan ontstaat er makkelijk een tunnelvisie." Van der Heijden is overigens niet de enige die kritisch is over de DSM-classificaties. In 2020 bijvoorbeeld, gaf nota bene de Hoge Gezondheidsraad in België de waarschuwing om deze niet leidend te laten zijn in de zorg voor patiënten. 

Wil je de bijdragen van Derksen en Van Der Heijden zelf teruglezen? Het onderzoek van Pointer en de bijbehorende aflevering vind je hier, het artikel van de Volkskrant lees je hier. Geïnteresseerd in dit onderwerp? Bekijk dan eens de serie Tygo in de Psychiatrie, waarin presentator Tygo Gernandt in de wereld van de psychiatrie duikt en ontdekt hoe labels worden opgeplakt.  

Zelf aan de slag met diagnostiek?

Dat kan! Op 11 maart 2022 doceert dr. Paul van der Heijden, samen met Leontien de Kwaadsteniet, de Meet the expert sessie: Betrouwbaar beoordelen in de klinische praktijk. Op deze dag komen de meest voorkomende oordeelsfouten in de klinische praktijk aan bod en leer je hoe je je diagnostisch oordeel kan verbeteren. Ook wordt er geoefend met casuïstiek en is er aandacht voor oordelen en beslissen in teams. Ook organiseren we binnenkort een Meet the expert sessie met prof. dr. Jan Derksen, die tevens geheel in het teken van diagnostiek zal staan. Houd hiervoor onze agenda in de gaten!