Radboud Centrum Sociale Wetenschappen

Postacademisch Onderwijs voor een Veerkrachtige Samenleving

Lianne Hoogeveen: 'Labels veranderen niet, we kunnen ze wél ter discussie stellen'

In het onderwijs worden er volop labels gegeven aan jongeren en kinderen. De een heeft ADHD en de ander dyslexie. Wat is hier aan de hand? Waarom worden die labels gegeven? Tijdens het programma van Radboud Reflects en RadboudCSW bogen psychologen prof. dr. Harold Bekkering en prof. dr. Lianne Hoogeveen, hoofdopleider van RITHA,  zich over het gebruik van labels in het onderwijs. In een uitverkocht LUX gingen zij het gesprek aan met elkaar en met de zaal. 

Door: Thijs Meeuwisse via Radboud Reflects
Foto: Ted van Aanholt

De avond ving aan met een korte lezing van Harold Bekkering. Zijn eigen kinderen inspireerden hem voor zijn onderzoek naar het menselijk leren. 'Ze zijn zo verschillend. Iedereen leert op een heel andere manier. Mijn dochter is ideaal voor het schoolsysteem terwijl ons kereltje het allemaal zelf wil doen.'

Normaalverdelingen in het onderwijs

Bekkering benadrukte de rol die de normaalverdeling tegenwoordig speelt in het onderwijs. 'We proberen steeds wanhopig te bepalen waar iedereen zit op de normaalverdeling,' aldus de hoogleraar. 'Haast iedereen wijkt op een manier af van het gemiddelde. We zouden juist moeten afstappen van het idee van "normaal" in het onderwijs.'

'De vraag "hoe sta jij ten opzichte van anderen" is niet interessant in mijn optiek,' stelde Bekkering. 'We moeten juist vragen: hoe sta jij ten opzichte van jezelf? Je kunt mensen alleen laten groeien vanuit hun eigen niveau.' Dat zou ook betekenen dat het tempo van het onderwijs aangepast moet worden aan het individu: langzamer of juist sneller onderwijs voor wie dat nodig heeft.

Lianne Hoogeveen | Foto: Ted van Aanholt | Ontwikkeld door de Radboud Universiteit

Labels voor kwalificatie

Volgens Harold Bekkering heeft het onderwijs drie functies: kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling. De labels die in het onderwijs worden gebruikt, richten zich echter vrijwel uitsluitend op die eerste functie. Socialisatie en persoonlijke ontwikkeling worden daarbij over het hoofd gezien. Bekkering: 'Er wordt niet gekeken hoe goed de leerling in de groep ligt. ADHD is vaak meer een probleem voor de leerkracht dan voor de leerling zelf en zijn klasgenoten.'

'Je hebt tegenwoordig vaak een label nodig om extra aandacht te krijgen,' vervolgde Bekkering. 'Maar we weten allemaal dat iedereen groeit op zijn eigen manier. Wat willen we bijvoorbeeld doen met de twee procent die het hoogst scoort op cognitieve taken? Nog verder naar rechts trekken? Of moeten we bij die kinderen juist kijken naar andere vaardigheden, zoals sociale vaardigheden?'

Leren en de hersenen

Tot slot stond Harold Bekkering stil bij de relatie tussen leren en de hersenen. Hij haalde onderzoek aan waarin met MRI-scans is geprobeerd verschillen aan te tonen tussen mensen met en zonder ADHD. 'Gemiddeld zijn er wel trends, maar de gemiddelde ADHD’er bestaat niet,' aldus Bekkering. 'We kunnen ieder alleen maar begrijpen uit individuele hersenverbindingen. In de medische wereld begint het idee door te dringen dat we het individu serieuzer moeten nemen. Het wordt tijd dat hetzelfde in het onderwijs gebeurt.'

Bovendien kun je alleen leren als je je veilig voelt, volgens de hoogleraar. 'Als er gevaar is, overheersen de 3F-reacties: bevriezen, vechten of vluchten. In een leersituatie waarin de leerling zich niet veilig voelt, kan hij zijn prefrontale cortex niet meer gebruiken. Het denken houdt dan op.'

Lianne Hoogeveen | Foto Ten van Aanholt | Ontwikkeld door de Radboud Universiteit

Impliciete theorieën

Vervolgens nam Lianne Hoogeveen het stokje van Harold Bekkering over. Volgens Hoogeveen zit achter iedereen een verhaal. Het is echter onmogelijk om al die verhalen te kennen. Hoogeveen: “Daarom maak je ze zelf. We noemen dit een impliciete theorie: een persoonlijke constructie over een specifiek fenomeen. Impliciete theorieën sturen verwachtingen en geven interpretaties aan nieuwe informatie.”

Is het erg dat we impliciete theorieën hebben? Helemaal niet, meent Hoogeveen. “Sterker nog, ze zijn noodzakelijk. Als ik bijvoorbeeld geen verhaal zou maken van wie er hier in de zaal zit, zou ik niets meer durven zeggen. Ik zou dan namelijk geen idee hebben wie ik voor me heb.” Het probleem, volgens Hoogeveen, is dat we ons niet realiseren dat we impliciete theorieën hebben. Daardoor beseffen we ook niet dat een ander mogelijk afwijkende impliciete theorieën heeft.

Labels in de prullenbak?

Lianne Hoogeveen onderkende dat labels ook voordelen hebben. Zo maken ze communicatie tussen hulpverleners en leraren makkelijker, en helpen ze om begrip te krijgen voor bepaald gedrag. Niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor de omgeving. Toch is Hoogeveen van mening dat labels de prullenbak in mogen. 'Een label is een samenvatting van een groep kenmerken. Maar daarin schuilt een risico. Het zou beter zijn als we kijken naar de behoeften van het individuele kind.'

Vooralsnog zijn we echter nog niet van de labels in het onderwijs af. Hoe kunnen we daar het best mee omgaan? Hoogeveen: 'Je kunt misschien nooit het hele verhaal kennen, maar we moeten ons daar wel bewust van zijn. De labels veranderen niet, maar ik wil iedereen aansporen om ze af en toe ter discussie te stellen.'

Over Radboud International Training on High Ability

RITHA is een ECHA gekwalificeerde, postacademische opleiding op het gebied van hoogbegaafheid. Deze state-of-the-art opleiding heeft een wetenschappelijke insteek en wordt blended aangeboden. Prof. dr. Lianne Hoogeveen is hoofdopleider van deze opleiding. Meer informatie? Bezoek onze website