Radboud Centrum Sociale Wetenschappen

Opleiders in Mens en Maatschappij

Huisfilosoof Jan Bransen Column (9) Goede voornemens

Stoppen met roken en meer bewegen? Volgens RadboudCSW-huisfilosoof prof. dr. Jan Bransen getuigen de beste voornemens van heroïsche overmoed.  

Door: JAN BRANSEN
Beeld: DUNCAN DE FEY

Jan Bransen

Ik heb nooit iets met goede voornemens gehad, dacht ik altijd.

Wel heb ik een aantal serieuze publicaties gewijd heb aan het Griekse begrip ‘prolepsis’, dat uit twee woorddelen bestaat waarvan het eerste ‘voor’ betekent en het tweede ontleend is aan het werkwoord ‘lambanein’ dat ‘nemen’ of ‘pakken’ betekent. Letterlijk is een prolepsis dus een voornemen.

Dat realiseer ik me nu pas, nu ik aan deze column begin.

Heroïsche overmoed

In de Epicuriaanse epistemologie verwijst prolepsis naar het vermogen van de menselijke geest om vooruit te grijpen op een regelmaat die er nog niet is, maar die er zou kunnen zijn en die met een zekere heroïsche overmoed reëel gemaakt zou kunnen worden door de prolepsis zelf. Ik vond, en vind, dat een belangrijk vermogen. Dankzij dit vermogen – deze creatieve brille van onze geest – kunnen wij categoriseren en kan het vreemde voor ons vertrouwd worden.

Prolepsis is de kern van ons leervermogen. Als baby in de wieg begrijpen we bijvoorbeeld aanvankelijk niets van de zoete klanken waarmee papa en mama onze kamer vullen, maar al vanaf het eerste moment dat we die klanken horen, beginnen we vooruit te grijpen naar de patronen die wij in die klanken ontwaren. Voor we er erg in hebben, hebben we ons al vertrouwd gemaakt met die patronen en horen we wat we kunnen horen. Het vreemde is normaal geworden.

Vooruitgrijpen op normaliteit

Ook in onze goede voornemens aan het begin van het jaar tref je datzelfde vermogen aan. Stoppen met roken, gezonder eten, meer bewegen: dat gaat over gedragspatronen, over gewoonten die je nu nog niet hebt, maar die voor jou normaal zouden kunnen worden, hoe abnormaal ze nu in feite nog zijn. De prolepsis grijpt vooruit op die normaliteit. Door het abnormale te omarmen – door te doen alsof jij helemaal geen roker bent – maak je het normaal: niet-roken wordt jouw nieuwe gewoonte.

De titel van Rutger Bregmans recente boek, De meeste mensen deugen, is precies in deze zin ook een prolepsis. Het is iets dat je kunt geloven en dat waar zou kunnen worden door het te geloven. Als we het maar langdurig blijven geloven, ook al klinkt het abnormaal.

Heroïsch en overmoedig. Dat zijn goede voornemens.

Het goede moment

Zulke goede voornemens heb ik, als onderwijsmens, eigenlijk iedere dag. Toch horen ze ook echt bij dit jaargetijde, maar dat komt vooral omdat ze passen bij het nieuwe, bij het begin, bij dat moment waarin niets nog vast ligt, waarin alles mogelijk lijkt, waarin we het abnormale gewoon kunnen gaan vinden, omdat het normaal zou moeten zijn.

Op zo’n moment denk ik: Het komt allemaal goed met ons.

Over Jan Bransen

Prof. dr. Jan Bransen is RadboudCSW huisfilosoof. In deze rol doet hij onderzoek naar de toekomst van het post-academisch onderwijs. Hij is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit, maar verricht zijn werk te midden van gedragswetenschappers. In 2019 verschijnt zijn boek Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs waarin hij bepleit dat het huidige onderwijsbestel onze menselijkheid vervormt. Bransen is sindskort academisch leider van het Teaching and Learning Centre van de Radboud Universiteit.